Zo werkt het weer.
Zes bouwstenen helpen je om de atmosfeer te begrijpen.
Luchtdruk
Luchtdruk is de druk van de luchtkolom boven een plaats. We meten die in hectopascal (hPa). Drukverschillen helpen lucht in beweging te brengen.
Wind
Wind is bewegende lucht. Drukverschillen, de draaiing van de aarde en wrijving beïnvloeden richting en snelheid. Windkracht en windstoten beschrijven verschillende dingen.
Temperatuur
De zon verwarmt het aardoppervlak, dat warmte uitwisselt met de lucht. Bewolking, bodem, hoogte en de nabijheid van zee bepalen mee hoe warm het wordt.
Neerslag
Druppels of ijskristallen in een wolk kunnen groeien en vallen. Temperatuur in de wolk en daaronder bepaalt of regen, sneeuw of een mengvorm de grond bereikt.
Wolken
Wolken bestaan uit kleine waterdruppels of ijskristallen. Vorm en hoogte zeggen iets over vocht en luchtbeweging, maar leveren op zichzelf geen volledige voorspelling.
Weerkaarten
Weerkaarten tonen bijvoorbeeld drukgebieden, fronten en isobaren. Combineer ze met tijdstip, schaal en officiële uitleg om het weerbeeld te beoordelen.
Verder lezen
Wolken lezen: wat vertelt de lucht?
Wolken zijn de zichtbare sporen van vocht en beweging in de atmosfeer.
Lees het artikelMeteorologieEen weerkaart lezen in drie stappen
Isobaren, fronten en drukgebieden zonder ingewikkelde taal.
Lees het artikelBronnen: KNMI Kennis & uitleg · KMI Weerwoorden

